Het maritieme verleden van Ridderkerk

Nederland is een land van water en handel. Die handel was mogelijk doordat we schepen bouwden. Dat gebeurde ook in Ridderkerk. Dat heeft Ridderkerk veel meer gebracht dan alleen scheepswerven. De hele industrie rond de scheepsbouw heeft de gemeente gevormd.

Meer dan alleen scheepswerven

Als je aan de maritieme industrie denkt, denk je misschien als eerste aan de scheepswerven. Maar een schip bouwen kon niet met alleen een werf. Daar waren veel verschillende bedrijven voor nodig.

De scheepswerven bouwden en repareerden de schepen. Daarnaast waren er bedrijven die machines, elektromotoren en generatoren maakten. Andere bedrijven maakten onderdelen van ijzer en staal. Ook houtbewerkers en timmerbedrijven waren onmisbaar. Zij maakten houten onderdelen voor de schepen en voor de gebouwen op de werven.

Al deze bedrijven werkten met elkaar samen. Wat het ene bedrijf maakte, gebruikte het andere weer. Zo kreeg Ridderkerk een sterk netwerk van bedrijven die elkaar aanvulden.

De meeste van deze bedrijven lagen dicht bij de rivier, vooral in Bolnes en Slikkerveer. Dat was geen toeval. Schepen werden direct aan het water gebouwd, gerepareerd en te water gelaten. Ook materialen en machines kwamen meestal over het water aan.

Samen zorgden deze bedrijven ervoor dat de maritieme industrie kon groeien. Ze maakten van Ridderkerk een belangrijke plaats voor de scheepsbouw en alles wat daarbij hoorde.

De families achter de maritieme industrie

De maritieme industrie in Ridderkerk draaide niet alleen om scheepswerven en fabrieken. Achter veel bedrijven stonden families die soms generaties lang hetzelfde vak uitoefenden. Hun namen leven in Ridderkerk nog altijd voort.

Misschien ken je namen van scheepsbouwers als Smit, Boele, Pot, Schram, Smulders of De Groot en Van Vliet. Of van bedrijven die leverden aan de scheepsbouwers, zoals De Jongh, Dubbelman en Van Dam. Deze families begonnen vaak klein. Ze bouwden hun bedrijf stap voor stap uit. Sommige groeiden uit tot grote werkgevers. Hun werven en fabrieken trokken werknemers uit de hele regio.
De families hadden veel invloed op Ridderkerk. Ze zorgden voor werk, maar ook voor woningen en andere voorzieningen voor hun personeel. Zo hielpen ze mee aan de groei van vooral Slikkerveer en Bolnes.

Veel families waren bovendien met elkaar verbonden. Ze werkten samen, namen elkaars bedrijven over of trouwden met elkaar. Zo raakten de families, bedrijven en werven steeds meer met elkaar verweven. Dat hielp de maritieme industrie verder groeien.

Niet alle familiebedrijven bleven bestaan. Door veranderingen in de scheepsbouw verdwenen veel werven en fabrieken in de tweede helft van de vorige eeuw. Toch zijn de familienamen voor veel Ridderkerkers nog steeds herkenbaar. Ze horen bij de geschiedenis van de gemeente. En herinneren aan een tijd waarin de maritieme industrie het dagelijks leven bepaalde.

De ondernemingen die Ridderkerk groot maakten

Als je vroeger door Ridderkerk liep, kon je bijna niet om de grote bedrijven heen. Ze zorgden voor werk, trokken nieuwe inwoners aan en veranderden het gezicht van de gemeente.
De bekendste ondernemingen waren de grote scheepswerven, zoals Boele, De Groot & Van Vliet en Werf Gusto. Hier werden schepen gebouwd en gerepareerd voor klanten uit binnen- en buitenland. Rond de werven zaten bedrijven die machines, elektromotoren en onderdelen maakten. Zo groeide de maritieme industrie steeds verder.

Niet alle belangrijke bedrijven lagen aan de rivier. Midden in Ridderkerk stond bijvoorbeeld de fabriek van Bakker. Het bedrijf begon als vlasbedrijf en groeide uit tot een grote rubber- en machinefabriek. Generaties Ridderkerkers hebben er gewerkt. Veel inwoners kennen de fabriek nog als Bakker Rubber of ‘de zachte Bakker’.

Ook Smit Slikkerveer speelde een belangrijke rol. Het bedrijf maakte generatoren, elektromotoren en andere elektrische installaties. Daarmee hoorde het tot de eerste bedrijven in Nederland die deze apparaten op grote schaal maakten. Voor schepen en vooral ook voor elektrische centrales op het land.

Samen maakten deze ondernemingen van Ridderkerk een belangrijke industrieplaats. Intussen zijn bijna alle fabrieken en werven verdwenen. Maar de technische kennis die ze in generaties hadden opgebouwd, is niet verdwenen. De nieuwe generaties en opvolgers ontwikkelden die door. En gebruikten die voor nieuwe toepassingen, bijvoorbeeld voor energieprojecten op zee. Zo leven de Ridderkerkse familienamen en techniek nog altijd voort. Ze horen bij de geschiedenis van de gemeente en roepen bij veel Ridderkerkers nog steeds herinneringen op.

De bedrijven werden groter en er kwamen verenigingen. Die waren heel belangrijk voor de gemeenschap. Werknemers kwamen zo op een andere manier in contact met elkaar. Ook hun gezinnen leerden elkaar kennen. Voor de bedrijven was dit een voordeel, want het zorgde ervoor dat de werknemers meer betrokken waren bij elkaar. Daardoor bleven ze het bedrijf trouw en werkten ze prettig met elkaar samen.

Waar zie je het industriële verleden nog terug?

Misschien denk je dat er van het industriële verleden van Ridderkerk bijna niets meer is te zien. Toch kun je nog veel sporen terugzien. Je moet alleen weten waar je op moet letten.

Langs de Noord en de Nieuwe Maas staan nog oude loodsen en gebouwen van voormalige scheepswerven en fabrieken. Denk bijvoorbeeld aan Loods Y6 van Smit Slikkerveer, Villa Boele of de kraan bij de voormalige werf De Groot & Van Vliet. Ze herinneren aan een tijd waarin hier grote schepen werden gebouwd en gerepareerd.

Niet alleen gebouwen vertellen dat verhaal. Ook de dijken, waterwegen en havens horen erbij. Ze waren onmisbaar voor het vervoer van grondstoffen, onderdelen en schepen. Zonder het water had de maritieme industrie zich hier nooit zo sterk kunnen ontwikkelen.

Op sommige plekken zie je meer dan één overblijfsel uit die tijd. Een loods, een kraan, een kade of een haven vormen samen een herkenbare plek. Juist die combinatie laat zien hoe de scheepsbouw vroeger werkte.

Soms zie je het verleden op een andere manier terug. Op verschillende plekken hebben oude fabrieksgebouwen een nieuwe bestemming gekregen. Ook straatnamen, buurten en bedrijven herinneren nog aan de tijd van de scheepswerven en fabrieken.

Veel van deze plekken lijken misschien heel gewoon. Toch vertellen ze samen het verhaal van een gemeente die jarenlang bekend stond om haar industrie. Als je daar eenmaal oog voor hebt, zie je het industriële verleden op veel meer plekken terug.

Zelf op ontdekkingstocht?

Langs de Ringdijk tussen Bolnes en Slikkerveer kom je nog verschillende plekken tegen, die herinneren aan het industriële verleden van Ridderkerk.

  • Loods Y6 (Ringdijk 390, Slikkerveer)
    Een van de laatste gebouwen van Smit Slikkerveer. Hier werden vroeger generatoren en elektromotoren gemaakt.
  • De kraan bij de voormalige werf De Groot & Van Vliet (Ringdijk 396, Slikkerveer)
    Een opvallend overblijfsel van een scheepswerf waar jarenlang schepen werden gebouwd en gerepareerd
  • Gebouw U, voormalig generatorenloods Smit Slikkerveer (Drierivierenlaan 1, Slikkerveer). Rijksmonument. In deze loods werden jarenlang generatoren, elektromotoren en andere elektrische installaties gemaakt. Samen met de haven vormt de locatie een belangrijk overblijfsel van de elektrotechnische industrie in Slikkerveer.
  • Directeurswoning Johannes Smit (Ringdijk 408, Slikkerveer) Dit gemeentelijk monument was de woning van Johannes Smit, directeur van de voormalige Klinknagelfabriek. Het laat zien hoe nauw de ondernemers verbonden waren met de industrie langs de Ringdijk.
  • Directeurswoning Cornelis Pot (Ringdijk 410, Slikkerveer) gemeentelijk monument. Deze monumentale villa ligt direct naast de woning van Johannes Smit. Het was de woning van Cornelis Pot, directeur van Smit Slikkerveer.
  • Het Oude Veerhuis (Ringdijk 432, Slikkerveer). Dit voormalige veerhuis speelde eeuwenlang een belangrijke rol in de oversteek over de rivier. De veerdienst was onmisbaar voor de bereikbaarheid van Ridderkerk en de ontwikkeling van de industrie.
  • Villa Boele (Ringdijk 458, Slikkerveer)
    Het woonhuis van de familie Boele. De villa herinnert aan een van de grootste scheepsbouwbedrijven van Ridderkerk.
  • De voormalige werf Gusto (Ringdijk 466-486, Slikkerveer)
    Van de werf is niet alles bewaard gebleven. De plek laat nog altijd zien hoe belangrijk de scheepsbouw hier was.
  • Directeurswoning ‘het Koetshuis’ (Ringdijk 466, Slikkerveer) Dit rijksmonument begon als koetshuis en paardenstal van scheepsbouwer Piet Smit. Later werd het bewoond door de familie Schram, die een belangrijke rol speelde in de scheepsbouw.
  • De voormalige Boelewerf (bij Ringdijk 554, Bolnes)
    Op deze plek stond ooit een van de grootste scheepswerven van Nederland. Duizenden mensen werkten hier aan de bouw en reparatie van schepen.
  • Modelmakerij ‘Dubbelman Ridderkerk’ (Emmastraat 10, Ridderkerk)
    Hier werden houten modellen en scheepsonderdelen gemaakt voor de scheepsbouw en metaalindustrie. De modelmakerij is nog altijd in gebruik en laat zien hoe belangrijk modelbouw was voor de maritieme industrie.
  • Het terrein van Bakker Rubber (Verlengde Kerkweg 15, Ridderkerk)
    De fabriek ligt midden in Ridderkerk. Het terrein wacht op een nieuwe bestemming en herinnert aan een bedrijf waar generaties Ridderkerkers hebben gewerkt.

Hoe de scheepsbouw groeide en verdween

Als je nu langs de Noord of de Nieuwe Maas loopt, is het moeilijk voor te stellen hoeveel industrie hier vroeger was. Toch groeide Ridderkerk in de negentiende eeuw uit tot een belangrijk centrum voor de scheepsbouw. Als je langs het water liep, zag je niets dan hoge kranen en grote schepen.

Langs het water kwamen steeds meer scheepswerven en fabrieken. Ze bouwden schepen of maakten onderdelen en machines. De ligging aan het water was ideaal. Ook de aanleg van de Nieuwe Waterweg, het spoor en nieuwe wegen hielp mee. Zo konden bedrijven sneller grondstoffen aanvoeren en schepen afleveren.

Rond 1900 beleefde de scheepsbouw haar bloeitijd. Grote bedrijven als Boele, De Groot en Van Vliet en Werf Gusto breidden hun werven uit. Daardoor groeiden ook Bolnes en Slikkerveer. Steeds meer mensen kwamen er wonen en werken.

Na de Eerste Wereldoorlog kwamen er minder opdrachten. Sommige werven moesten sluiten. Andere bedrijven kozen een nieuwe koers. De Groot en Van Vliet ging grotere zeeschepen bouwen in plaats van rivierschepen. Ook kocht het bedrijf nieuwe machines. Daardoor bleef de werf nog jarenlang een belangrijke werkgever in Ridderkerk.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag veel werk stil. Veel werknemers moesten in militaire dienst. Ook haalden de Duitsers machines en materialen weg. Na de oorlog kwam de scheepsbouw weer tot bloei. De vraag naar nieuwe schepen was groot en de werven breidden verder uit.
Nieuwe medewerkers kwamen niet alleen uit Nederland, Engeland, Spanje, Italië en uit andere Europese landen. Maar ook van bijvoorbeeld Curaçao en uit Turkije.

Vanaf de jaren zeventig veranderde dat opnieuw. Bedrijven in andere landen konden schepen goedkoper bouwen. Veel werven verloren opdrachten. Ze moesten mensen ontslaan, gingen samenwerken of sloten hun deuren. In de jaren tachtig verdwenen de meeste grote scheepswerven uit Ridderkerk.

Als je nu door Ridderkerk fietst, kom je de scheepsbouw nog steeds tegen. Oude loodsen, havens en andere plekken herinneren aan een tijd waarin duizenden mensen in deze industrie werkten.